Centrale Vlaamse toetsen hebben hun intrede gedaan in het onderwijs. Ze verdienen een kans. Tegelijkertijd dringt zich een schoonmaakbeurt op in de uitpuilende kasten van (methode)toetsen en leerlingvolgsystemen, anders gaan leerlingen er een toetshoofd van krijgen.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Toetsgolf

Ruim twintig jaar geleden is er een toets-, registratie- en rapporteringsgolf ontstaan in het onderwijs. Rond de millenniumwissel groeide immers onder invloedrijke academici en beleidsmensen een consensus over hoe er permanent moest worden geëvalueerd op scholen. Inspecteurs werden ingezet, met de pedagogische begeleidingsdiensten op de achtergrond, om die visie te implementeren op werkvloeren.

Uitgevers speelden in op wat van scholen werd verwacht. Bedrijfjes die digitale registratie- en rapporteringssystemen hadden ontwikkeld, werden ingelijfd en er kwamen voor (lagere) scholen veel toets- of evaluatie-instrumenten (gelinkt aan methodes) op de markt. Scholen moesten immers kunnen bewijzen dat ze over systemen beschikten waarbij alle leerlingen voortdurend in hun individuele evolutie en ontwikkeling werden geobserveerd en opgevolgd.

Eigen lesmateriaal en sobere, gerichte evaluaties raakten in de verdrukking. Zo begonnen meer werkingsmiddelen te vloeien naar commerciële producten die ‘in orde’ waren met de omgevormde leerplannen. Leerkrachten voelden druk om zo weinig mogelijk lege plekken in hun bijkomende rapporten te hebben en begonnen meer toetsen of evaluaties in te plannen.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Dit veroorzaakte planlast en stress, uiteraard ook voor hun leerlingen. Bij een recent grootschalig onderzoek door de vernieuwde Inspectie 2.0, waarbij meer dan 20 000 scholieren werden bevraagd, is vastgesteld dat 56% van de jongeren veel stress ervaart, met evaluatiemomenten als voornaamste oorzaak.

Knipperlicht

De al meer dan twintig jaar dalende onderwijsresultaten bij internationale testen vormen een niet te negeren knipperlicht. Een te grote groep jongeren verlaat het onderwijs zonder vlot en behoorlijk te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Leerkrachten die elke dag moeten observeren en registreren, één of meer toetsen voorbereiden, geven, verbeteren, rapporteren, remediëren of zorg verstrekken, hebben nauwelijks tijd over om les te geven of activiteiten te begeleiden. Bovendien zijn methodetoetsen niet altijd van even goede kwaliteit. Hoewel leden van inspectie (en pedagogische begeleiding) in het verleden soms betrokken waren bij het ontwikkelen ervan, lezen we in een open brief van de Vlaamse onderwijsinspectie (maart 2024): “Stel een afdwingbaar beleidskader op dat basisgaranties biedt voor kwaliteitsvolle methoden, handboeken en andere leermiddelen. Op dit moment stelt de onderwijsinspectie zich tijdens doorlichtingen terughoudend op wat betreft het beoordelen van methoden, terwijl er soms belangrijke tekortkomingen worden vastgesteld.”

Inderdaad. Soms vallen bij methodetoetsen volgende zaken op: de vlag dekt de lading niet, het niveau van de vragen is niet aangepast, de vragen zijn onduidelijk, vragen gelinkt aan bepaalde generieke doelen genereren antwoorden die moeilijk objectief te beoordelen zijn, toetsen duren te lang, er is onnodige ballast en er is een onlogische puntenverdeling. Daarom dringt zich een snoeibeurt op, niet alleen in de (methode)toetsen, maar ook in de curricula die best vooreerst weer meer aandacht besteden aan een stapsgewijze verwerving van de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen, vooral in het basisonderwijs. Er is immers nog altijd een overdreven focus aanwezig op meer algemene (generieke) skills of sleutelcompetenties, en dit vertaalt zich ook in de vele toetsen en uitgebreide evaluaties.

Dankbaar

Er zijn natuurlijk zinvolle zaken en goede suggesties i.v.m. didactiek te vinden in methodes. Er werden intussen prachtige digitale leerplatformen en leermiddelen ontwikkeld, waarvan vooral tijdens de lockdowns dankbaar gebruik werd gemaakt. Dat moet gezegd. Maar enkel methodes volgen, van begin tot einde, met alles erop en eraan (toetsen incluis), is m.i. geen goed idee. We werden daar trouwens tijdens onze opleiding voor gewaarschuwd.

Schoonmaak

In Mijn kind, slim kind (p. 231) schrijft Wouter Duyck: “In PISA blijkt telkens weer dat bijna nergens kinderen meer toetsen afleggen dan in Vlaanderen.” Toch is Wouter Duyck voorstander van de nieuwe Centrale Vlaamse toetsen. De reden lezen we verder (p. 233): “Gestandaardiseerde toetsen vergroten de sociale rechtvaardigheid. Nederlands onderzoek van sociologen Bol, Dronkers en Van de Werfhorst in 36 landen toont aan dat de impact van sociale achtergrond op leerprestaties kleiner is in landen met centrale examens, vooral als leerlingen ingedeeld worden in richtingen van verschillende niveaus. Dat komt omdat de oriëntatie en inschatting van leerlingen meer gebeurt op basis van een objectieve, externe standaard.”

In De Tijd (17 oktober 2022) schrijft Dirk Van Damme: Wat overduidelijk is, is dat dergelijke toetsen (zoals Centrale Vlaamse toetsen) vooral bij scholen die laag scoren de kwaliteit verbeteren, de grote verschillen tussen scholen milderen en de gelijke kansen voor de leerlingen bevorderen.”

De Centrale Vlaamse toetsen kunnen een belangrijke en nieuwe stap betekenen naar beter onderwijs, maar dit zal m.i. niet lukken wanneer er niet tegelijkertijd wordt gesnoeid in andere toetsen of evaluaties. Hier en daar heerst nog een te grote lijstjesdrang om over elk (soms vaag) doel uit het opgelegde curriculum te willen rapporteren. De omvang van rapporten blijkt meestal niet recht evenredig te zijn met wat leerlingen in werkelijkheid kennen en kunnen.

Trudo Herman Avatar

Published by

Één reactie op “Je zou er een toetshoofd van krijgen”

  1. Herman Stefaan Avatar
    Herman Stefaan

    Ik word binnenkort 72 en koester vaak de hartverwarmende herinneringen aan meester D. die mijn brein vormde in mijn éérste studiejaar. Ik leerde tellen en rekenen met 5 blauwe en 5 rode metalen kroonkurken. Schoonschrijven gebeurde met een metalen pen die je steeds weer – en zonder morsen – moest drenken in een minuscuul inktpotje dat was ingewerkt in een uitsparing van je lessenaar. Dat mini-reservoirtje werd door de meester regelmatig en zuinig bijgevuld met de grote fles die veilig en hoog op de vensterbank stond. Die fles was voorzien van een handige schenkteut die ik bij mijn grootvader ook al eens had gezien op een fles ‘Elexir d’Anvers’. Maar dit terzijde. In de klas was het vooral obstinaat oefenen en herhalen tot het er bij de meesten wel in zat! Op je rapport werd je toen nog beoordeeld op ‘vlijt’ , ‘orde’ en ‘wellevendheid’. Herhaling en dril, waren de ‘didactische’ ordewoorden van toen. We scandeerden wat we lazen, samen en luidop als in een slavenkoor. Een geraffineerd systeem dat mij heeft getekend voor het leven. Tot op vandaag zit het er wat mij betreft wel goed ingehamerd…al doet de tijd natuurlijk ook zijn werk en betrap ik mijzelf wel vaker op het (manueel) schrijven van een D T fout. Ik schaam mij hiervoor elke keer diep en troost mijzelf dan met de gedachte dat je dat soort fouten ook steeds vaker ziet in de ondertitels op TV. Waarom schrijf je dan niet op computer, pa, zeggen onze kinderen dan…daar zit toch tekst correctie op ? Tot nader order weiger ik echter koppig toe te geven aan dat soort (in mijn slechtziende ogen) verfoeilijke vadsigheid…met een knipoog naar meester D. ….God hebbe zijn ziel.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Onderwijs van nu, tussen vroeger en later

Als u hieronder uw e-mailadres invult, krijgt u een bericht als er een nieuw tekstje verschijnt op 'Onderwijs van nu, tussen vroeger en later'. Vrees niet, u zal niet worden gebombardeerd met e-mails, en u kan zich altijd weer uitschrijven. Bedankt alvast voor uw interesse.

Doorlezen