Debatten in het Vlaams Parlement over de nieuwe minimumdoelen in het (buitengewoon) basisonderwijs werden begin vorige zomer afgerond. In de plenaire vergadering werden de doelen goedgekeurd. Katholiek Onderwijs Vlaanderen, het Gemeenschapsonderwijs en de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten beraadslaagden elk in eigen huis en pasten hun leerplannen aan. Ook bij uitgevers werden koppen bij elkaar gestoken en wordt er werk gemaakt van vernieuwde methodes.
Debatten over onderwijs zijn nuttig. Eigenlijk werd er decennialang weinig of niet gedebatteerd. Te algemene eindtermen i.v.m. basisvaardigheden bleven bijvoorbeeld een dertigtal jaar heersen zonder veel tegenwind. Intussen slaagden steeds minder leerlingen erin om aan het einde van het basisonderwijs vlot een tekst te lezen en te begrijpen. Eenvoudige rekensommen oplossen bleek ook een steeds moeilijkere klus. Dat had en heeft gevolgen voor de verdere motivatie en (school)loopbanen van leerlingen. Bezorgdheden daarover werden uiteindelijk opgepikt door hogere onderwijsechelons. Men kon de dalende cijfers bij internationale toetsen niet blijven negeren. Een nieuwe aanpak drong zich op en die is nu volop in ontwikkeling. Met de nieuwe minimumdoelen ligt concreter vast wat er wordt verwacht, zeker op vlak van effectief aanleren van basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen.
Er blijft hier en daar wrevel hangen i.v.m. die ontwikkeling. Er komen vooral reacties van onderwijsmensen die niet zelf op de werkvloer van het leerplichtonderwijs staan.

De decennialange consensus tussen beleidsmakers, inspectie, academici, experten en lerarenopleiders is grotendeels verdwenen. (Nieuwe) internationale wetenschappelijke inzichten geven immers ook in Vlaanderen voeding aan onderwijsdebatten, wat een goede zaak is.
En de boerin zij ploegde voort. In basisscholen worden alvast nieuwe minimumdoelen, leerplannen en leermiddelen geïntroduceerd. Juffen, meesters en directeurs weten goed dat geen enkel didactisch recept werkt voor alle leerlingen in alle scholen. Basisscholen hebben pedagogische, vakinhoudelijke en didactische expertise in huis om duidelijke doelen in een korte, ambachtelijke keten fris te houden, zonder vergaderingen lang het warm water te moeten uitvinden, dingen ingewikkelder te maken of zich te verliezen in planlastdocumenten die zouden moeten bewijzen dat er goed wordt gewerkt.

Er is een verlangen naar rust en ruimte om zelfstandig te mogen nadenken over schooleigen aanpakken met inhoudsrijke en duidelijke curricula.
Ik ken geen werkkracht in het basisonderwijs die koude kennis, strakke efficiëntie of rauwe ranking nastreeft, maar ik ken wel veel collega’s die eerlijke kansen willen bieden door kinderen o.a. goed te leren lezen, schrijven en rekenen, zodat ze basiswijs kunnen worden, zelfstandig zaken kunnen ontsluiten, nieuwe werelden kunnen ontdekken, kunnen leren en leven.
Het is overigens bemoedigend wanneer enkele solidaire, fris opgeleide mensen (ook zij-instromers uit middenkaders en professionaliseringsinstituten) diepere expertise willen opdoen door met volle goesting en verantwoordelijkheid te komen helpen en werken met de kinderen zelf in basisscholen zonder wachtlijsten. Daar is de nood het hoogst. Wees welkom!

Plaats een reactie