Loosers… een woord dat regelmatig opduikt, niet alleen om te plagen, maar soms ook om te kleineren, te minachten of uit de hoogte te doen. En een wereld met enkel loosers of winners? Een verschrikking!
Het recente boekje Is daar iemand? van Gert Biesta (https://vangennep-boeken.nl/is-daar-iemand-gelijke-kansen-en-de-vergeten-pedagogische-opdracht-van-de-school-gert-biesta) gaat over meer dan enkel loosers of winners. Het gaat over de pedagogische opdracht van scholen en eerlijke kansen voor iedereen. De auteur heeft het over de klop op de deur van iedere leerling. Is daar iemand? We lezen op blz. 46 (leerlingenstandpunt): De klop gaat om de vraag wat ik ga doen met mijn identiteit, met mijn talenten, met alles wat ik weet en kan, maar ook met mijn beperkingen, blinde vlekken en onvolkomenheden, en vooral wat ik met dat alles ga doen -of laten- als het erop aankomt, als er inderdaad op onze ‘deur’ wordt geklopt.

Volgens Gert Biesta moeten leerkrachten niet aankloppen met de bedoeling om zoveel mogelijk uit elk kind te halen wat eruit gehaald kan worden, maar moet er worden geklopt om iets aan te bieden. Zo haalt de auteur een klarinet uit de kast: (blz. 31) Potentie? Aan de slag met de klarinet! Het simpele maar cruciale inzicht hier is, dat er maar één manier is om erachter te komen of ik bijvoorbeeld talent heb om klarinet te spelen. En dat is precies niet om door middel van onderzoek of diagnostiek mijn klarinetspeelpotentie op het spoor te komen, maar door me aan de slag te laten gaan met de klarinet en te zien wat daarvan komt. …
Wie de potentie van de leerling als vertrekpunt neemt en die potentie, ofwel als specifieke potentie of als een meer algemene ‘leerpotentie’, voorafgaand aan het onderwijsproces probeert vast te stellen, start in feite al vanuit de veronderstelling van ongelijkheid. Of nog scherper gezegd: wie zo te werk gaat, veronderstelt niet alleen ongelijkheid maar is eigenlijk al bezig ongelijkheid vast te stellen voordat onderwijs daar überhaupt iets kan of ‘mag’ doen. Dat is een aristocratische benadering waaruit weinig geloof in de kracht van het onderwijs spreekt. Het is in feite de poging om vast te willen stellen wie ‘waardig’ genoeg is om met de klarinet aan de slag te mogen gaan en bij wie dat verspilde moeite is.
(Blz. 32 en 33) Vertrekken vanuit de veronderstelling van gelijkheid, betekent niet dat de leraar veronderstelt of dient te veronderstellen dat alle leerlingen gelijk zijn. Maar het legt het antwoord op de vraag waar de leerling toe in staat is in de toekomst en opent precies daarmee een toekomst voor de leerling die niet gedetermineerd is door het verleden. Iets wat met recht een waagstuk genoemd kan worden. …

Klop klop… Is daar iemand? Enkel voor winners? Verre van! Toekomstige tuinaanleggers, metselaars, burgemeesters, babbelaars, dierendokters, topmodellen of ruimtevaarders doen al open. Wedden dat er klarinetspelers tussen zitten? Misschien klarinetspelers voor het leven. Loosers? Niets van!

Plaats een reactie