Nu is het statusverhogend wanneer een onderzoeker of dienstverlener achter in de klas zit, de leraar beoordeelt en naar theorie verwijst, maar er kan zomaar een tijd aanbreken waarin zij juist respect winnen als zij het vakmanschap blijven beoefenen en de theorie demonstreren, lezen we op blz. 192 van Het lerarentekort van Jacquelien Bulterman.

In het boek wordt beschreven hoe in het onderwijs kennisontwikkeling en handelen uit elkaar zijn gegroeid. Het vakmanschap van leraren heeft daarbij een ondergeschikte positie gekregen. Om het lerarentekort te helpen inperken pleit de auteur alvast voor een herwaardering van het vakmanschap.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Vakmanschap wordt geleerd door het te doen. Je leert zelf geen instrument bespelen door een ander te laten oefenen. Goed vakmanschap combineert denken en doen. De schrijfster stond vaak in schuim en zweet bij het ervaren van discrepanties tussen theorie en praktijk. Eén voorbeeld (blz. 27): Op de universiteit was men -net als nu- bezig met het belang van uitstel van selectie aan het eind van de basisschool. In plaats dat leerlingen ingedeeld werden in schooltypes van verschillend niveau, werd gedacht dat leraren er binnen dezelfde klas voor konden zorgen dat leerlingen van verschillend niveau tot hun recht kwamen: differentiatie binnen de klas. Niets leek mij als student meer vanzelfsprekend dan dit: natuurlijk moet ieder individu binnen de klas tot zijn of haar recht komen, natuurlijk moet je niet selecteren. Vol overtuiging was ik met deze gedachte meegegaan. Totdat ik zelf voor de klas kwam. Wat eerder vanzelfsprekend leek, bleek nu vrijwel onmogelijk. Hoe had ik ooit kunnen denken dat ik leerlingen in dezelfde klas een verschillende aanpak kon bieden? Ik had maar één kanaal om uitleg te geven: kon ik uit meerdere monden tegelijk spreken of op twee verschillende plaatsen tegelijk zijn? Ik was al blij als ik tegen de herfstvakantie alle namen kende, laat staan dat ik van iedere leerling wist wat hij of zij nodig had! De lokalen waar ik lesgaf waren vrij klein. De twee paden tussen de drie rijen lagen bezaaid met tassen. Alleen al het langslopen bij de leerlingen was niet eenvoudig. Hoe makkelijk was ik mooie idealen op de universiteit bijgevallen, zonder te weten wat het betekende om die idealen te realiseren! Later, toen ik onderzoek deed aan een gerenommeerde onderzoeksinstelling, heb ik het nog eens voorgerekend aan de directeur van het instituut: stel, je hebt een les van 50 minuten en je hebt 25 leerlingen in de klas die je twee uur per week ziet. Hoeveel tijd heb je dan voor gezamenlijke instructie en voor het opzetten en begeleiden van individuele leerwegen? Zo had de directeur er nog nooit naar gekeken. Toen ik lector was, ben ik een ochtend per week stage gaan lopen in het basisonderwijs, mede om te leren differentiëren. Met een groepje kinderen was ik bezig met niveaulezen, terwijl ik met een half oog de rest van de klas in de gaten hield die zelfstandig aan het werk was. Vanuit mijn steeds weer wisselende ooghoeken kon ik nog nét volgen of de leerlingen in mijn groepje de juiste woorden lazen, maar na afloop kon ik echt niet meer vertellen waar het verhaaltje in het leesboekje over ging, want daarvoor had ik te weinig hersencapaciteit. Na zo’n ochtend was ik geradbraakt, zweette ik aan alle kanten en moest thuis meteen onder de douche, wetende dat er op school gewoon doorgewerkt werd.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

De schrijfster benadrukt dat het niet de bedoeling is om onderwijsdeskundigen (die kennis ontwikkelen of verspreiden) en leerkrachten (wier kennis geen officiële status heeft) tegen elkaar op te zetten. Ze pleit voor vakmanschap dat goed kan omgaan met wetenschap: theorie-informed onderwijs, een versmelting van kennisontwikkeling en handelen. Ze vergelijkt leraren met jazzmusici. We lezen op blz. 111: Zij improviseren, maar kunnen dit omdat ze hun vak beheersen. En dan is het een kwestie van aanvoelen: wanneer zet ik in? Hoe speel ik in op de anderen? Hoe houd ik de spanning vast, hoe werk ik toe naar een hoogtepunt? Ook in het onderwijs gaat het om timing en toon. Juist de gezamenlijke beleving van iets waardevols maakt het onderwijs zo’n betekenisvol beroep. De momenten waarop de connectie ontstaat geven leraren diepe arbeidsvreugde.

Een hoogleraar die performt naast een schoolmeester? Zalig, als je ’t mij vraagt, net als het pleidooi voor vakmanschap van Jacquelien Bulterman. https://www.walburgpers.nl/nl/book/9789464560466/het-lerarentekort?redirect=aup

Het lerarentekort – Pleidooi voor vakmanschap (Jacquelien Bulterman), uitgegeven door Amsterdam University Press
Trudo Herman Avatar

Published by

Plaats een reactie

Ontdek meer van Onderwijs van nu, tussen vroeger en later

Als u hieronder uw e-mailadres invult, krijgt u een bericht als er een nieuw tekstje verschijnt op 'Onderwijs van nu, tussen vroeger en later'. Vrees niet, u zal niet worden gebombardeerd met e-mails, en u kan zich altijd weer uitschrijven. Bedankt alvast voor uw interesse.

Doorlezen