500 jaar geleden raakten polyfonie en schoonheid sterk met elkaar verweven. Zangers deden hun best om elk om beurt een stapje achteruit te zetten en andere stemgroepen op de voorgrond te laten klinken om samen beklijvende muziek te creëren. Niet enkel bassen, tenoren, alten of sopranen, maar ook stemmen ertussenin luisterden naar en zongen met elkaar.

Polyfonie: 21st century skill? Waarom niet. Graag zelfs, al is het maar om verlichting te brengen in een vervelende periode van valse tweestemmigheid, ook in onderwijsestablishment, politiek en media. Er klinken voor- en tegenstemmen die elkaar het podium niet gunnen omwille van macht, ideologie of commercie. Voor of tegen een kennisrijk curriculum? Voor of tegen inclusie? Voor of tegen een minister?

Wie is kop van Jut?

Onderaan de flink naar boven aangedikte onderwijshiërarchie zijn werk-, leef- en leeromstandigheden van directies, leerkrachten en leerlingen de voorbije decennia in elk geval flink gewijzigd.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Men is er in geruime mate uitvoerder geworden van ideeën, aanbevelingen of orders van anderen, vaak anderen die ervoor kozen om nooit zelf in een school te werken of voor een klas te staan. Kennisontwikkeling en handelen zijn te veel uit elkaar gegroeid. Het vakmanschap van leraren heeft daarbij een ondergeschikte positie gekregen. Er zijn te veel bevelhebbers en adjudanten en er is te weinig personeel bij de leerplichtleerlingen zelf. Dit alles veroorzaakt m.i. al een kwarteeuw ernstige planlast. Er is een groot verlangen naar rust en ruimte om zelfstandig te mogen nadenken over schooleigen aanpakken zonder voortdurend bewijslast te moeten leveren.

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Hoopvol is dat een aantal officiële onderwijsactoren werkvloerexpertise herwaarderen. De Commissie Beter Onderwijs (oktober 2021) o.l.v. Philip Brinckman en de Commissie van Wijzen (december 2023) o.l.v. Dirk Van Damme hebben daartoe al een aanzet gegeven. Het onderwijsbeleid is met een aantal aanbevelingen van deze commissies aan de slag gegaan.

Er wordt stevig aan de onderwijsboom (establishment incluis) geschud en dit brengt beroering met zich mee. Zo komen er binnenkort in het Vlaams Parlement voor het eerst 124 leerkrachten van het leerplichtonderwijs samen om te helpen nadenken hoe de planlast van leraren kan worden aangepakt. Die werkvloerstemmen worden best ernstig beluisterd.

Er bestaan uiteraard veel waardevolle inzichten van didactici, pedagogen, psychologen, sociologen, filosofen, redacteurs, juristen en politici, al dan niet zetelend in adviesraden, lobbygroepen of praatprogramma’s omheen het onderwijs, maar onderwijsexpertise mag meer aanwezig zijn waar ze vooral thuishoort: op school en in klas. Dus nogmaals: graag meer personeel bij de leerplichtleerlingen zelf.

Polyfonie en schoonheid in het onderwijs, of met 124 leerkrachten in het Vlaams Parlement: het proberen waard.

We duimen alvast!

Tekening van Barthel Joseph Speybrouck

Trudo Herman Avatar

Published by

Één reactie op “Wie is kop van Jut?”

  1. reneelaqueureu Avatar
    reneelaqueureu

    Beste Zuhal Demir en Griet Vanryckegem, die ik van mijn recente bevinding graag deelgenoot maak, Beste redactie van Follow the Money, die per slakkenpost deze mail ontvangt,

    Goedemorgen en zo verder, Trudo Herman,

    Zoals je wellicht al hebt gemerkt, Trudo, ik houd me bezig met de i n h o u d van het taalonderwijs Nederlands. Zie Wikipediapagina ‘logisch leren lezen en spellen’ en de daarin genoemde Commons, die een voorstel doen tot inhoudelijke kennisoverdracht leren (de)coderen van Nederlandse taal zónder de incoherentie en hersenspoeling met aperte misvattingen die helaas in het dominante, puur op klank gebaseerde taalonderwijs, braafjes door leerkrachten sedert 1960 in ons taalgebied wordt uitgedragen. Aan die ingeslagen weg ligt geen wetenschappelijk vergelijkend onderzoek met toen vigerende methoden in het Nederlands (!) taalgebied ten grondslag en is een uit de VS klakkeloos overgenomen aanpak. Tel uit je winst bij die ’nieuwe mode’!

    De kop van Jut? Om te beginnen de (kleuter)koppies van Jut van de jongste leerlingen die verontrustend massaal blijk geven zo’n ‘voorbereidend’ (sinds mid ’80) en ‘aanvankelijk’ taalonderwijsfundament niet te verteren en veroordeeld worden tot bijles, logopedie en de hele reeks ingrepen en leerprobleemstempels die daarna volgt. En dan naast de eerstgenoemden de tot kritiekloze volgers geknede leerkrachten die menen dat er maar 1 weg is naar het doel om ‘vlot en vaardig leren lezen en schrijven’: het louter klankenpad dat ook zij jarenlang moesten volgen, met grote bocht en bizarre route-aanwijzingen (de gebezigde metataal) naar het leerdoel.

    Ik ben nog aan het bekomen van hetgeen Astrid Geudens me schrijft. Zie bijgaande LI-correspondentie met haar van de laatste tijd. De crux: als didacticus ben ik niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke kant van het taalleerproces. Als in feite daarvoor ‘blind en doof’ zorgt ze voor opdrachtgevers wens dat zijn product simpelweg optimaal hersenspoelend wordt. Kennelijk hoe maf de taalleergang ook is. De didacticus als slechts ….. ‘marketing expert’.

    Nu begrijp ik waarom alle (hoog)geleerde spraakmakende onderwijsexperts der lage landen -o.a. Van Damme die je in jouw Jutstuk noemt, en niet in de laatste plaats het Expertisecentrum Onderwijs en Leren (ExCel, jawel!) die bazuinen ‘het onderwijs’ te verbeteren- over de jaren (sedert mid ’90’) niet met mij over ‘inhoud’ in gesprek wilden/willen, of als ze dat wel (eventjes) deden me verwezen naar iemand anders in hun circuit, of me eerlijk vertelde ‘geen vrienden meer te hebben’ als “hij zou debiteren wat ik in mijn Commons uiteenzet”. Ontstellend onthutsend, maar ik blijf geduldig glimlachen, en brand niet op (want daarvoor werd ik ook in de gewaarschuwd), don’t worry.

    Eén uitzondering in 1999: prof. dr. Pol Ghesquière van de KU Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, fiatteerde het licentiaatsonderzoek van Karin Roels naar de taalkundige aanpak van de Methode De Haan voor de behandeling van Dyslexie. De Haans visie is de bron van mijn Commons. Maar aan Roels’ aansporing tot breder onderzoek is geen gevolg gegeven.

    Wat nu, doorgaan op hetzelfde onderwijspad? Ego’s sparend, zakken van methodemakers die hetzelfde pad proclameren enthousiast blijven vullen? Het voldoende vinden dat men zich verschuilt achter ‘evidence informed’-heid die niet gaat over ‘wat vertel ik en toon ik de leerling precies over taal’? De belastingbetalers opzadelen met giga taalremediëringsuitgaven? En het ergste: kinders die het inhoudelijk verhaal niet in hun hoofd krijgen -terecht, want de taalrealiteit buiten de school is een totaal andere dan die van de les in de klas- beschouwen als hét leerprobleem dat meer van hetzelfde eist?

    Wanneer krijgt onze taalkeizer weer de zo broodnodige fraaivallende kledij aan?

    Met vriendelijke groet,

    Renée Laqueur-van Gent

    >

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Onderwijs van nu, tussen vroeger en later

Als u hieronder uw e-mailadres invult, krijgt u een bericht als er een nieuw tekstje verschijnt op 'Onderwijs van nu, tussen vroeger en later'. Vrees niet, u zal niet worden gebombardeerd met e-mails, en u kan zich altijd weer uitschrijven. Bedankt alvast voor uw interesse.

Doorlezen