Wij blijven ons leven lang de leerling van de leraar die voor ons de deur naar de kennis opende, lezen we in Brief aan de beginnende leraar (blz. 60) van Philippe Meirieu (https://telos.vrijeboeken.com/book/9789083407951-brief-aan-de-beginnende-leraar.html). Het bovenstaande citaat kan tellen als boodschap aan de beginnende leraar. Maar het boek kan ook worden opgevat als een ode aan alle onderwijsmensen die altijd leraar blijven, zelfs helemaal tot aan de top van de onderwijshiërarchie.

Philippe Meirieu werkte als pedagoog, onderzoeker, hoogleraar aan de Universiteit Lumière-Lyon 2 en ook als adviseur. Hij voedt nog steeds het onderwijsdebat in en buiten Frankrijk. Wat opvalt in Brief aan de beginnende leraar is dat de auteur een klare kijk heeft op het wel en wee van het echte schoolleven. Als lezer merkt u snel dat de pijnpunten, maar ook de passies in het onderwijs in Frankrijk ongeveer dezelfde zijn als die in Vlaanderen of Nederland.
Brief aan de beginnende leraar is deels een oproep tot verzet tegen bureaucratische rompslomp, onzinnige voorschriften, commercialisering, permanente toetsing, overmatige diagnosticering, privatisering en ondoelmatige professionalisering in het onderwijs. We lezen: (vanaf blz. 31) Beste collega, ik ben ervan overtuigd dat het absoluut noodzakelijk is dat je op dit specifieke moment in onze geschiedenis nadrukkelijk verzet aantekent. Je moet luid en duidelijk die dimensie van ons beroep terugeisen die vandaag de dag zo verwaarloosd wordt: de passie om door te geven. Je zou heel je loopbaan lang het plezier van het mogen lesgeven moeten kunnen uitstralen. Niets is mooier dan elke dag opnieuw te zoeken naar een goede manier om al je leerlingen toegang te geven tot een werkelijk emancipatoire cultuur. Blz. 81: Tussen het pedagogisch handelen in de klas, aan de basis van de piramide, en de minister, aan de top, zijn er onvoorstelbaar veel raden en commissies geïnstalleerd; je zou ze voor de grap eens moeten proberen te tellen…

Philippe Meirieu heeft het ook moeilijk met het overdreven centraal zetten van de individuele leerling: (blz. 149) De school heeft als taak om het kind te leren dat het gezin, hoe noodzakelijk het ook is voor diens ontwikkeling, niet diens enige referentiekader is -en dat ook niet kan zijn. Want het is op school dat we ontdekken dat andere kinderen anders leven; dat niet alle ouders op dezelfde manier reageren; dat niet iedereen in dezelfde goden gelooft; dat niet ieders zorgen dezelfde zijn; en dat de mening van sommigen niet de mening van allen is… (Blz. 151 en 152): Het ouderlijk huis is niet het middelpunt van de wereld… en, nog belangrijker, het ouderlijk huis is een deel van de wereld, maar niet dé wereld. In deze breuk zit iets wat absoluut noodzakelijk is om op te groeien: het is een soort toegangspoort tot de werkelijkheid van de wereld. Er wordt een buiten opgebouwd dat ons uit het middelpunt haalt en ons bevrijdt. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de school op die manier haar fundamentele rol speelt in de strijd tegen elke vorm van radicalisering.
Verder heeft de auteur het over het belang van (eigen) meningen te kunnen bevragen en bijstellen: (blz. 167) ‘Het is niet gemakkelijk te begrijpen dat men de ander gelijk kan geven, dat men het ongelijk moet toegeven en tegen diens eigen belangen kan ingaan’, schrijft de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer. Het is de opvoeding die de langzame en moeizame bevrijding van elk individu uit diens egocentrische verleidingen mogelijk maakt. Opvoeden is daarmee een politieke onderneming, net zoals de politiek een educatieve onderneming is, omdat ze instellingen creëert die burgers in staat stellen om boven hun belangenconflicten uit te stijgen. Deze taak zou niet mogelijk zijn zonder de gezamenlijke inspanning van de school, die ieder kind begeleidt in diens streven om niet langer zichzelf als middelpunt van de werkelijkheid te zien. Even noodzakelijk zijn hierbij de politieke instanties, die de burgers helpen ontsnappen aan de reflex om enkel rekening te houden met de eigen belangen en hen leren de wereld uiteindelijk door de ogen van anderen te bekijken.
Brief aan de beginnende leraar is m.i. een aanrader. We lezen in het voorwoord door Job De Meyere (één van de vertalers van het boek; andere vertalers zijn Kurt Monten, Johan Ardui en Erik Meganck): (blz. 11) Zolang er mensen opstaan die zich willen inlaten met het allerkleinste, of de allerkleinsten, is er een hoop dat er op deze plek, voor deze leerling of in deze klas iets kan ontstaan wat op zeer lange termijn opnieuw een hoopvol teken van samen-leven kan geven.


Plaats een reactie